“Ik kan zo acht landen opnoemen die een grotere kans hebben om wereldkampioen te worden dan Nederland.” Dat zei Louis van Gaal vorige week op een persconferentie voor kinderen, en hij heeft gelijk. Uiteraard heeft Van Gaal gelijk. Van Gaal heeft altijd gelijk. Dit keer ben ik het nog met hem eens ook: Brazilië, Argentinië, Spanje, Duitsland, Italië, Portugal, Frankrijk en Engeland zijn op papier beter. En dan zijn er nog genoeg andere landen die Nederland volgend jaar in Brazilië maar zo uit kunnen schakelen.

In de historie van het WK is er altijd een Zuid-Amerikaans land wereldkampioen geworden als het toernooi op dat continent werd gehouden. Naast Brazilië en Argentinië zie ik Uruguay en Colombia ook als tegenstanders die het Nederland heel moeilijk kunnen maken. En laten we vooral niet vergeten dat we vorig jaar nog van België verloren, dat Denemarken op het EK te sterk was en dat ook Rusland en Kroatië niet zomaar verslagen zijn. Kortom: er zijn zeker acht landen beter, maar er zijn nog meer lastige opponenten.

Natuurlijk gaat Nederland wel naar Brazilië om een gooi te doen naar de wereldtitel. Dat heeft Van Gaal ook gezegd. Er zijn weliswaar makkelijk 8 landen te noemen die in principe beter zijn, en volgens mij zijn er nog heel wat landen waar we moeite mee zullen hebben, maar je moet er naartoe gaan om te winnen. Anders kun je net zo goed thuisblijven. Ik las laatst dat de Belgische tennisster Kirsten Flipkens, nummer 21 van de wereld, de top 10 niet meer bereikbaar acht. Stop er dan ook maar gewoon mee, denk ik dan.

Het voordeel van een WK is wel dat je eigenlijk nooit een poule kunt treffen die zo moeilijk is als op een EK. Op het EK van 2008 zaten we bij Frankrijk en Italië en vorig jaar bij Duitsland en Portugal. Dat gaat op een WK niet gebeuren: in 2010 kregen we Denemarken, Japan en Kameroen als groepsgenoten. Mede daardoor was de eerste echte test pas de kwartfinale, tegen Brazilië. En dat zie ik volgend jaar ook wel weer gebeuren.

Oranje moet sowieso door de poule kunnen komen, en met wat geluk tref je dan ook in de achtste finale nog een relatief makkelijke tegenstander. En dan kun je maar zo in de kwartfinale staan. Althans, als je die acht betere landen dus nog niet treft, én landen als België, Uruguay en Rusland weet te verslaan. ‘Gelukkig’ oefent Oranje komende week tegen twee sterke tegenstanders: Indonesië en China. En ‘gelukkig’ zitten er zeker tien spelers in de selectie van Nederland die er volgend jaar ook bij zijn. Wat een voorbereiding. Ik kan zo acht betere manieren van voorbereiding noemen.

Dit bericht is geplaatst op zondag, 2 juni, 2013 om 18:00 en is geplaatst in FOK!-columns. Blijf op de hoogte van nieuwe reacties via de RSS 2.0-feed. Je kunt een reactie achterlaten of trackbacken vanaf je eigen website.

Nog geen reacties